30
januari 2007 (MO) - Uit verschillende
hoeken klinkt kritiek op de Belgische
antiterrorismewet. Niet alleen de
Liga voor de Rechten van de Mens
maar ook een vakbondsafdeling én
rechter Walter De Smedt maken zich
zorgen over de mogelijke gevolgen van
de wet. De Smedt: 'Voortaan kunnen
ook sociaal afwijkende overtuigingen
bestraft worden.'
28 februari 2006.
België staat
op zijn kop. Fehriye Erdal is spoorloos
verdwenen en onder massale mediabelangstelling
veroordeelt rechter Freddy Troch in
Brugge de Turkse extreem-linkse groepering
DHKP-C. Het is een van de eerste vonnissen
op basis van de Belgische antiterrorismewet,
die sinds 2004 van kracht is. De Turkse
Belg Bahar Kimyongür, een van
de beklaagden, krijgt vier jaar cel
wegens "lidmaatschap van een
terroristische organisatie". Een
paar maanden later doet het Gentse
hof van Beroep daar nog een jaar bovenop.
Belangrijk detail:
Kimyongür
wordt niet veroordeeld omdat hij rechtstreeks
betrokken was bij de gewapende strijd
van de DHKP-C maar wel omdat hij in
het Europees parlement met een vlag
had gezwaaid, een persbericht van DHKP-C
had vertaald, rechtszittingen over
Erdal had bijgewoond en een verantwoordelijke
functie had bekleed in het informatiecentrum
van de DHKP-C in Brussel.
Misdrijven voorkomen
Antwerps rechter
Walter De Smedt, voormalig raadsheer
van het comité I,
is verontrust over de interpretatie
die daarbij aan de antiterrorismewet
is gegeven: 'Bij het arrest van het
Gentse hof van Beroep moet iedereen
zich neerleggen. Maar de vraag is of
de interpretatie die het Hof heeft
gegeven aan het begrip "terroristische
organisatie" overeenstemt met
de bedoelingen van de wetgever. De
kernvraag is welke elementen aanwezig
moeten zijn om tot strafbaarstelling
te komen. Vroeger ging het enkel over
strafbare handelingen, laat ons zeggen
sociaal afwijkend gedrag. Nu gaat het
ook om sociaal afwijkende overtuigingen.'
In een persbericht
toont ook de Algemene Centrale Brussel
Vlaams-Brabant van het ABVV haar
'zeer ernstige bezorgdheid' over
de antiterrorismewet: 'Hoewel de
partijen en vakbonden uitgesloten
zijn van het toepassingsveld, kunnen
deze wetten toch een gevaar betekenen
voor de syndicale actie van de vakbondsmilitanten,
de gedelegeerden en de vakbondsverantwoordelijken',
klinkt het. 'We roepen op tot een duidelijke
afbakening van het toepassingsveld.
Nooit mag er verwarring ontstaan tussen
sociale contestatie in al haar vormen
en reële terroristische actie.'
De vakbond verwijst daarbij opnieuw
naar de zaak-Kimyongür en benadrukt
dat diens daden 'onder geen enkele
vorm gewelddadig, laat staan terroristisch
waren.'
De Liga voor de Rechten van de Mens
heeft de antiterrorismewet al eens
aangevochten voor het Arbitragehof.
Zonder succes. Voorzitter Jos Vandervelpen:
'We vonden dat de wet, die toen net
was aangenomen, door zijn ruime begrippenkader
aanleiding gaf tot subjectieve interpretaties.
Nu de wet voor het eerst is toegepast,
zie je dat onze bezorgdheid van toen
niet onterecht was. De antiterrorismewet
vormt een trendbreuk in ons klassiek
strafrechtelijk denken. Normaal is
het strafrecht bedoeld om strafbare
feiten en gepleegde misdrijven op te
sporen, te vervolgen en te bestraffen.
Sinds de antiterrorismewet wordt het
strafrecht ook ingezet om misdrijven
te voorkomen. Ons strafrecht wordt
verder en verder uitgerekt en ook intenties,
voornemens en gedachten worden strafbaar.
Dat is absoluut onrustwekkend.'
'Eén zwaluw
maakt de lente niet'
'Een wet is iets
abstracts, een theoretische beoordeling
van een situatie', reageert kamervoorzitter
Herman De Croo (VLD). 'Wat de antiterrorismewet
betreft, is het goed dat er nu een
aantal concrete uitspraken zijn.
Let wel, één
zwaluw maakt de lente niet. Maar mochten
een aantal vonnissen of arresten een
ander effect hebben dan door de wetgever
werd beoogd, dan kan de wet gewijzigd
worden. Zelf plan ik daarover alleszins
geen nieuw debat, maar parlementsleden
kunnen altijd een nieuw wetsvoorstel
doen of amendementen indienen.' Ook
senaatsvoorzitster Anne-Marie Lizin
(PS) vindt niet dat de wet moet worden
aangepast. Lizin: 'Volgens mij is er
voldoende bescherming in de wet ingebouwd.
Maar als er een meerderheid is in het
parlement of als de minister van Justitie
het vraagt, kan de wet nog altijd veranderd
worden.'
Heimelijk
Een ander element
uit de zaak-Kimyongür
zou wél eens tot een stevig
parlementair debat kunnen leiden. Op
28 april 2006 was Kimyongür op
weg naar een muziekfestival in Nederland
-in afwachting van zijn zaak voor het
hof van Beroep was de Turkse Belg toen
nog op vrije voeten. Maar eens over
de grens werd hij tijdens een verkeerscontrole
gearresteerd op grond van een door
Turkije uitgevaardigd internationaal
aanhoudingsbevel. 'Toevalstreffer',
luidde de officiële versie. In
scène gezet, zo bleek toen een
geheime nota van het kabinet van justitieminister
Onkelinkx uitlekte. Twee dagen eerder
had in Brussel immers een vergadering
plaatsgevonden waarop Kimyongürs
arrestatie heimelijk werd georganiseerd.
België had Nederland getipt over
de komst van Kimyongür. Op die
manier kon de DHKP-C'er eventueel via
Nederland aan Turkije uitgeleverd worden.
De Nederlandse rechter besliste echter
dat er te weinig elementen waren om
Kimyongür uit te leveren. Blijft
de vraag of de heimelijke vergadering
op 28 april wel wettig was. België mag
immers geen eigen onderdanen uitleveren.
De comités I en P, in opdracht
van het parlement bevoegd voor de controle
op de politie en inlichtingendiensten,
stelden een onderzoek in. Beide leverden
een rapport af. Het rapport van het
comité P was volgens Lizin positief
voor de overheid, dat van comité I
zou volgens een welingelichte bron
heel wat kritischer zijn.
'For your eyes only'
Nog eind 2006 werden
de rapporten tijdens een gemeenschappelijke
vergadering van de comités I en P samengevoegd
tot een finaal verslag, dat werd overgemaakt
aan de voorzitters van kamer en senaat
De Croo en Lizin. Doorgaans worden
de rapporten van het comité I
en P besproken door hun parlementaire
begeleidingscommissies, waarna een
open en publiek parlementair debat
op gang kan komen. Dat zal bij de zaak-Kimyongür
niet het geval zijn. De Croo: 'De parlementsleden
van de begeleidingscommissie van het
comité P, ook die zonder veiligheidsmachtiging,
mogen het finaal verslag inkijken.
Maar onder de voorwaarde for your eyes
only. Met andere woorden: ze mogen
niet publiek maken wat er in staat.
Die wijze van handelen werd door de
begeleidingscommissie meerdere malen
goedgekeurd en wordt ook gebruikt in
andere dossiers of verslagen.'
Rechter Walter De
Smedt heeft ernstige bedenkingen
bij die gang van zaken: 'Ik zie niet
goed in op basis van welke wettelijke
beschikking de for your eyes only-voorwaarde
wordt opgelegd. Volgens de organieke
wet op de vaste comités is ieder verslag dat
overgemaakt is aan de begeleidingscommissie
sowieso publiek en openbaar. Indien
men een verschil maakt tussen de leden
van de begeleidingscommissie en andere
parlementariërs, dan maakt men
een verschil tussen zij die het weten
maar niets mogen zeggen, en zij die
het wel mogen zeggen maar het niet
mogen weten. Wat is dan nog het nut
van een vast comité?'
Auteur: Kristof Clerix. |